bezetting

De bezetting van de brassband is zeer strikt: bijna elk instrument en partij hoort door één persoon te worden bezet. Bij Advendo hebben we de luxe dat we op sommige partijen een sterkere bezetting hebben. Je kunt hieronder lezen waar het verschilt ten opzichte van de oorspronkelijk bedoelde bezetting.

Als je vanuit de positie van de dirigent (en het publiek) kijkt, zie je links de cornetten:

  • E♭ sopraancornet
  • B♭ principal cornet
  • B♭ solocornet (3x)
  • B♭ repianocornet
  • 2x B♭ 2de cornet – Advendo heeft drie 2de cornettisten
  • 2x B♭ 3de cornet – Advendo heeft vier 3de cornettisten

Vervolgens komen we meer naar het midden bij de althoorns. In tegenstelling tot fanfare en harmonie worden in de brassband geen waldhoorns gebruikt, maar de althoorn:

  • B♭ flügelhorn (wordt ook wel bugel genoemd)
  • E♭ soloalthoorn
  • E♭ 1ste althoorn
  • E♭ 2de althoorn

De flügelhorn is geen ‘echte’ hoorn, maar wordt in de brassband wel veel gebruikt als verlengde van de soloalthoorn. Tevens vervult de bugel de rol van solist in de brassband.

Vervolgens zijn er de euphoniums en baritons:

  • B♭ solo euphonium
  • B♭ 2de euphonium
  • B♭ 1ste bariton – Advendo heeft twee 1ste baritons
  • B♭ 2de bariton

Gevolgd door de trombones:

  • B♭ solotrombone
  • B♭ 2de trombone
  • B♭ bastrombone

Vanuit het oogpunt van de dirigent zitten de eufoniums, baritons en trombones in het rechtergedeelte van het orkest. Midden achter zitten de bassen:

  • 2x B♭-bas
  • 2x E♭-bas – bij Advendo spelen drie Esbassisten

Natuurlijk zijn er ook slagwerkers aanwezig, zij staan weer achter de bassen:

  • 1 percussionist (op het drumstel)
  • 1 paukenist, deze speelt ook op de bongo’s, conga’s, tamboerijn
  • 1 melodisch slagwerker (denk aan bespelen van xylofoon, vibrafoon, marimba, klokkenspel, buisklokken, crotales)

In de praktijk worden de rollen tussen de slagwerkers per stuk verdeeld, om de muzikale vaardigheden van alle slagwerkers zo breed mogelijk te houden. Leuk weetje: alle partijen worden getransponeerd genoteerd, dat wil zeggen dat de bladmuziek wordt gelezen in de stem (bes, es) waarin het wordt gespeeld. UItzonderingen hierop vormen de bastrombone en het slagwerk.

Onze opstelling ziet er zo (schematisch) uit: